Nectar (samenstelling)
Bloeiende planten hebben klieren (nectariën), die zich vaak aan de basis van de bloemkelk bevinden. Zoals alle klieren produceren de nectariën een unieke en chemisch complexe afscheiding: de nectar.
Nectar is dus een vocht dat vooral bestaat uit water (70 à 80%), suikers (osen en polysacharosen), essentiële oliën, organische zuren en minerale zouten. Zijn chemische samenstelling is zeer variabel en hangt af van de plantensoort. Zijn suikergehalte schommelt tussen 8 en 50%. De aard van de suikers, en hun verhoudingen, laten toe om de nectar op te splitsen in drie groepen. Er is een eerste groep waarin de sacharose domineert (vb. de tamme kastanjeboom), een tweede groep waarin sacharose en de combinatie fructose-glucose gelijk vertegenwoordigd zijn (vb. witte klaver, kerselaar, meidoorn, bessenstruik) en tenslotte een derde groep waarin de associatie fructose-glucose domineert (vb. koolzaad, perenboom; frambozenstruik). De verhouding fructose / glucose varieert van 1 tot 28. Ook andere, minder belangrijke suikers zijn aanwezig (maltose, trehalose, raffinose, melibiose enz.). Het is de samenstelling van de nectar en de mate waarin hij aanwezig is (0,37 mg per bloem bij de rode bessenstruik en 10,44 mg bij de frambozenstruik), die de aantrekkelijkheid van de bloem bepalen voor bijen en ook de aard van de honing die zal gevormd worden. Er komen evenveel verschillende smaken, bijzondere aromas, speciale kleuren voor, als er bloemencombinaties bestaan.
|