 |
De Blauwstuitlori
Algemeen:
De Blauwstuit lori is familie van de Charmosyna soort. Deze familie wordt ook wel honing loris genoemd. Er bestaan 5 ondersoorten van de Charmosyna placentis: De Charmosyna placentis placentis, de Charmosyna placentis intensior, de Charmosyna placentis ornata, de Charmosyna placentis subplacentis en de Charmosyna placentis pallidior. In tegenstelling tot vele andere soorten loris is bij deze soorten het verschil tussen man en pop duidelijk zichtbaar. De nominaat soort is groen van kleur. De onderzijde van het lichaam is lichter groen. Het mannetje bezit een licht groen voorhoofd. De pop heeft dezelfde groene kleur als het mannetje. Alleen het mannetje bezit rode gekleurde flanken. Daar krijgt hij ook zijn naam vandaan. Het mannetje bezit rode wangen die overgaan in blauw wanneer ze de nek bereiken. Het popje bezit geen rode wangvlekken maar gele streepjes die naar de nek lopen. Beide geslachten bezitten een blauwe stuit. De grootte van de vlek verschilt bij iedere ondersoort. De Charmosyna placentis intensior bezit een kleinere blauwe vlek dan de Charmosyna placentis ornata terwijl de Charmosyna placentis subplacentis en de Charmosyna placentis pallidior geen vlek bezitten. Alle ondersoorten bezitten een rood gestipte staart. De bek is rood. De poten hebben eveneens een rode kleur. De intensiteit van het rood van de snavel en poten is afhankelijk van de voeding die we geven. De Blauwstuit lori is ± 17 cm groot.
Het is een gemakkelijke vogel om te houden. Het is niet noodzakelijk om hen in een volière onder te brengen. Zij kweken ook goed in bakken met een afmeting van 1m x 50cm x 50cm. Het is een vogel die weinig lawaai maakt, maar kan wel agressief zijn tegen over soort genoten. Zeker wanneer we meerdere paren in één volière willen onderbrengen, dan moet de volière van een grotere afmeting zijn en door beplanting voldoende schuil mogelijkheden bieden. In kweekbakken kan men ze het best paars gewijs houden. Ook de temperatuur is erg belangrijk. Een temperatuur van 20 °C is het meest ideale om hen te houden. Wanneer je overweegt om een koppel Blauwstuit lori aan te schaffen is het belangrijk te weten om welke ondersoort het gaat. Wanneer je jonge vogels koopt is het beste om de ouder vogels goed te bestuderen. Bij de ouder vogels kan je duidelijk zien om welke ondersoort het gaat. Let op de grootte van de blauw vlek. Bekijk ook steeds de kleur van de bek. We treffen wel eens vogels aan die een lichtere gekleurde snavel bezitten. Bij Charmosyna soorten zien we dat wel eens vaker. Deze vogels bezitten een leverkwaal en ze hebben dan ook meestal een dikke onderbuik. De vogels hebben er zelf geen last van, maar dit kan de kweek nadelig beïnvloeden. De vogels kunnen er wel oud mee worden. Daarnaast zijn de vogels niet erg actief. Pas geïmporteerde vogels bezitten ook soms een bleke snavel. Hier moet men de vogels in de hand nemen en ze goed bekijken, controleer vooral of ze geen dikke buik hebben.
De Roodflank lori is een lori die we niet aanraden aan beginnende liefhebbers. Hij heeft behoefte aan speciale verzorging en een gespecialiseerde voeding.>
De Blauwstuit loris komen voor op de Molukken-, Kai- en de Aru eilanden, Indonesië van Nieuw Guinea tot de Solomon eilanden groep. Zij komen voor in de laag gelegen beboste gebieden en de savannen en in de hooglanden ten oosten van Papua Nieuw Guinea tot op een hoogte van 1150 meter
Eigen ervaringen:
Ons eerste koppel blauwstuit loris hebben we gekocht in 1992. Het waren pas geïmporteerde vogels. Hun kleurcombinaties waren bijzonder mooi. Het verschil tussen man en pop was duidelijk zichtbaar. Alleen welke ondersoort we kochten wisten we niet. Een vriend die al meerdere malen succesvolle kweek met deze vogels had gehad legde ons de verschillen uit tussen de ondersoorten. We hadden de Charmosyna placentis ornata gekocht. Dit was net de ondersoort die minder gemakkelijk broedt dan de nominaat vorm Charmosyna placentis placentis. Ook kwam deze soort minder voor. In die tijd hadden we weinig ervaring met de kleinere lorisoorten en gaven hem gewone dikke lori brei die ook onze grote soorten kregen. Ze namen de brei graag tot zich en hun conditie bleef ook op peil. Maar na enkele weken zagen we dat de vogels schimmel in de bek kregen. Ook bleven er voedselresten rond de bek kleven. Met een medicament Nistatine kregen we de schimmel onder controle. Na de behandeling kwam de schimmel al weer snel terug. Ze hebben ons toen aangeraden om over te stappen op een meer vloeibare voeding. Een vriend rade ons Nekton Lori aan. Met deze voeding was het probleem opgelost. Geen bekschimmel meer. Later hebben we de voeding nog een keer aangepast voor de kleinere soorten. We geven nu nog steeds de helft Nekton Lori en de helft Nectar Plus. Beide producten zijn afkomstig van Nekton Producten uit Duitsland. Door deze voeding zagen we dat de vogels veel fellere rode poten en bekken kregen. Ons eerste koppel was gehuisvest in een kweekbak met een afmeting van 120cm x 60cm x 60cm. De vogels zaten meer dan 4 jaar en helaas geen enkel kweekresultaat. Ze zaten in een uitmuntende conditie. Op een dag zagen we het mannetje ziek zitten. De dag er na was hij al dood. Bij autopsie bleek dat hij lever cirrose had. Dit probleem was te verhalen op de slechte kwaliteit van het water. Bronwater was de oplossing. Nu het volgende probleem, het vinden van een nieuwe mannetje van dezelfde ondersoort. Het was moeilijk, zeker toen er geen vogels geïmporteerd werden. Geluk was aan onze zijde. Bij een andere liefhebber was het popje dood gegaan en hij deed afstand van het mannetje omdat hij een andere soort wilde aanschaffen. Het mannetje plaatsten we gelijk bij het popje. Ze kwamen goed overeen. Al snel volgde het eerste ei. Het tweede ei werd twee dagen later gelegd. Beide eieren waren bevrucht en na 23 dagen broeden kwam één van de eitjes uit. Helaas het tweede ei kwam niet uit. Het jong was bedekt met witte dons. Na tien dagen werd het jong geringd, met een ringmaat van 4,4 mm. Het groeide voorspoedig en na 6 weken verliet hij het nest. Het was een mannetje en werd gedurende enkele weken nog bijgevoerd door de ouder vogels. Niet lang nadat we het jong verwijderd hadden van de ouder vogels, begon het popje aan een nieuw legsel. Dat legsel was onbevrucht. Het volgende legsel bracht ons een jong popje. Helaas is dat jong gestorven voordat het uitgevlogen was. We hebben het koppel naar een ander onderkomen verplaatst. Het heeft toen twee jaar geduurd voordat ze weer begon te leggen. Deze ondersoort kweekt minder gemakkelijk dan de nominaat vorm Wij hadden maar 3 jongen gekweekt in 7 jaar, dit is niet veel maar toch hebben we hem in onze collectie gehouden. Deze ondersoort vraagt toch veel geduld van de liefhebber.
Charmosyna placentis
|