Glossopsitta concinna
Algemeen:
De Muskuslori is 21cm lang, waarvan 15cm lichaamslengte en 6cm staartlengte. Hij is overwegend groen dat iets helderder is op de buikpartij. Een rood masker, boven de snavel, kleurt het voorhoofd tot +/- 1,5cm voorbij het oog. Dit masker wordt begrensd door een lichte tint blauw. Hij bezit een bronskleurige schoudervlek. Verder heeft hij nog gele markeringen aan de boven- en binnenkant van de vleugels. Deze soort heeft een tweekleurige snavel, bruin aan de kopzijde en oranje op de punten. De poten zijn grijs gekleurd.
De ornitholoog Geortge Shaw heeft deze soort voor het eerst beschreven in 1791. Hun woongebied strekt zich uit over het grootste gedeelte van zuid- centraal en oost Australië. Het is een algemeen voorkomende lorisoort en wordt momenteel niet als bedreigd vermeld. Het zijn overwegend rustige vogels, die zelden lawaai maken. Zelfs bij alarm blijven de decibels binnen de perken. In hun natuurlijke omgeving gaan ze tussen augustus en januari tot broeden over. Er worden twee witte eitjes gelegd van +/-25x20 mm. De broedduur bedraagt 21 dagen. De jongen kunnen rond de 9de dag geringd worden met maatje 5,5 mm.
Eigen ervaringen:
Mijn 2 koppeltjes bevinden zich ieder in een binnenvolière van 2,5x2,5x2,5m, in de winter wordt er ’s nachts bij verwarmd tot 15° en overdag tot 18°. Er brandt verlichting van 06 uur ‘s morgens tot 23uur ’s avonds. De vogels hebben 3 nestblokken ter beschikking: er is eentje van 30x12x15 cm, bovenaan in de volière: dit is hun favoriete slaapplaats, eveneens bovenaan, maar aan de andere kant van de volière hangt er een natuurblok +/- 20cm doorsnede op 25cm, dit is hun favoriete knabbelblok en tenslotte is er een groot nestblok van 30x30x50cm. Naast de ene volière is er één in spiegelbeeld gebouwd met een ondoorzichtige scheidingswand tussen. De grote nestblokken hangen naast mekaar op anderhalve meter hoogte, en ze waren oorspronkelijk bestemd voor grotere lorisoorten, maar wegens een overdaad aan luiheid zijn ze blijven hangen. Nu blijken deze blokken voor beide koppels het favoriete broedblok!
Bij mij beginnen ze pas tegen het einde van het jaar aan de nakweek. Op Kerstdag 2007 ’s morgens ging ik voederen en een koppeltje was ongewoon actief. Ze hielden al kwebbelend de ingang van het grote nestblok in het oog. Bij controle bleek er een mooi eitje in te liggen! Op 2 de kerstdag lag er ’s avonds een 2 de eitje bij. Juist 21 dagen later werd het 1 ste jong geboren en 2 dagen later, perfect op schema, het 2 de jong. Omdat dit hun en mijn eerste kweek ooit was, durfde ik niet te ringen noch de jongen aan te raken. Het viel me op dat het ene jong feller van kleur was dan het andere. Deze jongen kwamen zonder problemen mooi op stok. Tegen die tijd was het verschil in kleur helemaal verdwenen. Ze waren redelijk schuw en agressief toen ik ze uit de volière nam. Het bleek later dat het een mannetje en een popje was. Omdat de ouders weer een eitje gelegd hadden op 5 april ’s morgens en het 2 de eitje er die 7 de ’s avonds nog niet was, vond ik het beter om de jongen bij hen weg te nemen. Tot mijn opluchting lag het 2 de eitje mooi naast het eerste op de 8 ste april 2008. De ouders broedden weer voorbeeldig.
Na enkele pogingen kon ik het 1 ste jong van de 2 de ronde op 8 mei ringen. Mijn allereerste ringpogingen ooit, kostten veel zweet en bibberen. Alle mensen die ringmaten kleiner dan 5,5mm succesvol aan hun vogeltjes’ poten krijgen, hebben mijn onvolprezen bewondering! Het 2 de jong groeide iets trager dan het andere, vooraleer die ring bleef zitten, was het al de 14 de mei geworden. Ik had ondertussen iedere dag een poging gedaan, de ouders schenen het dagelijks vastnemen en terugzetten van het jong niet als schokkend te ervaren. Ze waren alert en dadelijk nadat het controledeurtje sloot , doken ze opnieuw in de nestblok. De jongen kregen allebei een dofrood maskertje en later bleek het om 2 poppen te gaan. Om de houtkrullen te verversen, was er ook geen enkel probleem. Voor de jongen leek het telkens als het controledeurtje open ging, speeltijd : ze kwamen zelf aan het deurtje kijken en als ik het ene jong vastpakte, moest ik het deurtje vlug sluiten, want het andere jong zou er achteraan gegaan zijn. Op 23 juni 2008 ’s morgens toen ik ging voederen was het 1 ste jong uitgevlogen.
Conclusie:
Ik noem mezelf een onervaren kweker. Theoretische kennis en veel gezien hebben bij andere liefhebbers maakt van iemand immers nog geen expert. Als je echter voor deze vogels de juiste huisvesting kunt geven en de goede raad opvolgt in verband met de voeding is de Muskuslori een ideale soort om als beginnende liefhebber mee te starten. Het is altijd mooi meegenomen dat ze zich ook gemakkelijk voortplanten. Een koppeltje is nu ruim 11 jaar in avicultuur, zij zijn als importen binnengekomen. Ik heb ze in 2007 kunnen overnemen van een liefhebber die met onze hobby stopte en zij hebben in 2008 prachtige jongen grootgebracht.
Ook al is hun kleurenpracht iets bescheidener dan bij sommige andere soorten, door hun gedrag: geen luidruchtig gekrijs, wel speels en levenslustig zijn zij ook voor gevorderden aangenaam gezelschap.
video link 1 video link 2 video link 3